Herkennen hartproblemen

Door het herkennen van een hartinfarct en tijdig alarmeren kan snelle behandeling een hartstilstand voorkomen. Het hartinfarct (dichtslibben kransslagader) is vaak de aanleiding tot een hartstilstand.
De verschijnselen van een hartinfarct kunnen heel verschillend zijn van persoon tot persoon. Het meest voorkomende symptoom van een hartinfarct is pijn op de borst. Deze pijn wordt vaak beschreven als een ongemakkelijk gevoel, of druk op het midden van de borst, achter het borstbeen. De pijn kan zich uitbreiden naar de nek, de kaak of naar de armen. Bovendien blijft de pijn ook in rust aanhouden (ongeveer meer dan 3 tot 5 minuten). Pijn op de borst is dus een belangrijk alarmsignaal. Daarnaast kan de getroffen persoon zweten, misselijk en bleek zijn.

Vraag het volgende aan het slachtoffer

Wat heeft u voor soort pijn?
Mensen beschrijven de pijn bij een hartinfarct op veel verschillende manieren: druk, een vol gevoel, een drukkend gevoel, of een zwaar gevoel (olifant op de borst).

Waar heeft u pijn?
Mensen voelen de pijn meestal achter het borstbeen, diep in het midden van de borst. Na een paar minuten kan de pijn gaan uitstralen naar de schouder, nek, of het onderste deel van de kaak of naar de armen. De pijn kan zowel links, rechts of aan beide kanten aanwezig zijn, maar zit vaak aan de linkerkant. Soms wordt de pijn zelfs gevoeld in de rug, tussen de schouderbladen.

Hoe lang heeft u al pijn?
Het ongemakkelijke gevoel bij een hartinfarct duurt meestal langer dan een paar minuten. Scherpe, stekende, pijn die slechts een seconde duurt en dan weer verdwijnt is meestal niet de pijn die bij een hartinfarct hoort. Het kan echter ook voorkomen dat de pijn op de borst volledig weg is, maar korte tijd later terugkeert.

Aandachtspunten tijdens hulpverlening

Binnen het driestappen model zijn er tevens drie aandachtspunten waarmee je rekening moet houden als je hulp verleent. in dit hoofdstuk worden de aandachtpunten kort besproken.

1) Let op gevaar!
Een aspect dat vaak wordt vergeten, is aandacht voor de eigen veiligheid, aangezien de aandacht volledig op het slachtoffer is gericht. Als hulpverlener dien je eerst goed te kijken of het direct benaderen van het slachtoffer geen gevaar voor jezelf oplevert. Let hierbij op eventuele risico’s in je omgeving zoals verkeer, elektrische stroom(draden) en/of giftige/brandbare stoffen.Pas nadat je hebt ingeschat dat er geen directe gevaren voor jezelf aanwezig zijn die de hulpverlening in de weg staan, ga je verder met de benadering van het slachtoffer. Bovendien let je erop of er geen gevaar is voor de omstanders en het slachtoffer.

2) Roepen om hulp 
Je roept om hulp op het moment dat je slachtoffer niet reageert op aanspreken en aanschudden. Hiermee vraag je in feite om assistentie van eventuele omstanders die kunnen helpen bij het alarmeren (112) en/of het halen van de AED. 

3) Alarmering
De alarmering (bellen 112 of ander noodnummer) vindt plaats nadat je de ademhaling van het slachtoffer hebt gecontroleerd. Voordeel hiervan is dat de hulpdiensten dan ook weten of er sprake is van een hartstilstand. Voor volwassen slachtoffers is snelle alarmering de eerste prioriteit. snelle alarmering bij volwassenen dient ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk tijd verloren gaat om een reanimatiehulpverlener en een defibrillator ter plekke te hebben.

Afhankelijk van de situatie moet je zelf alarmeren (scenario 1)
of en andere persoon laten alarmeren (scenario 2).

scenario 1: Je bent alleen met het slachtoffer 
Wanneer er geen normale ademhaling is en er niemand op je hulpgeroep is afgekomen dan ga je eerst (112) bellen om te alarmeren. Sommige gebouwen of locaties hebben hun eigen noodnummer. Nadat je hebt gealarmeerd, keer je direct terug naar het slachtoffer voor verdere hulpverlening. Wanneer er een AED aanwezig is dan pak je eerst de AED voordat je teruggaat naar het slachtoffer.

scenario 2: Er zijn meerdere hulpverleners aanwezig 
Wanneer er meerdere hulpverleners aanwezig zijn of wanneer iemand op je hulpgeroep is afgekomen, dan blijf je als reanimatiehulpverlener bij het slachtoffer. Nadat je de ademhaling hebt gecontroleerd, laat je een andere persoon alarmeren. Je geeft door wat er aan de hand is met het slachtoffer en zegt je medehulpverlener dat hij moet terugkomen om te melden dat de ambulance inderdaad onderweg is. Geef bovendien de opdracht om een AED te gaan halen als deze aanwezig is. Indien mogelijk laat je een ander dan de melder de AED halen om tijd te besparen. Nadat de alarmering is overgedragen, ga je direct verder met de reanimatie van het slachtoffer. reanimatie met een AED. Eerst benoemen we kort het driestappen model van de reanimatie met een AED. daarna gaan we deze drie stappen verder toelichten. Als een volwassen persoon plotseling in elkaar zakt en niet meer reageert op aanspreken en aanschudden, dan is de kans groot dat er sprake is van een hartstilstand. Een hartstilstand begint meestal met kamerfibrilleren, ook wel ventrikelfibrilleren genoemd. De enige therapie voor het fibrillerende hart is defibrilleren (elektrische schok), waarbij tussentijdse reanimatie het hart en hersenen in een betere conditie houdt. Hulpverleners die moeite hebben met beademen, kunnen beter alleen hartmassage toepassen dan helemaal niets doen. In onderstaand voorbeeld beschrijven we het scenario waarbij je een slachtoffer aantreft met een hartstilstand.

Elke minuut uitstel van alarmeren bij een hartstilstand betekent 10% minder overlevingskans!

Informatie melding
De volgende gegevens zijn voor degene die gaat alarmeren echt van belang om te weten:

1. Alarmnummer (112 of een specifiek bedrijfsintern alarmnummer)
2. Wat er aan de hand is (bijvoorbeeld reanimatie of hartstilstand)
3. Dat de melder moet terugkomen om te melden dat er ook daadwerkelijk is gealarmeerd, de ambulance onderweg is en er eventueel een AED wordt gehaald.

Als je 112 belt, dan zal de centralist je vragen stellen en de antwoorden doorgeven aan het ambulanceteam. Het is goed om korte, specifieke antwoorden te geven. 
De centralist kan mogelijk vragen:

•  Wat is er aan de hand?
•  Wat gebeurt er nu?
•  Waar is het slachtoffer?
•  Vanaf welk telefoonnummer belt u?

Na deze vragen kan de centralist je aanwijzingen geven als: blijf aan de lijn totdat ik u zeg dat u kunt ophangen, er zijn hulpverleners naar u onderweg, laat iemand hen opwachten zodat ze direct naar de juiste locatie gebracht kunnen worden, etc.

In sommige gevallen kan de centralist doorgeven of er een AED in de buurt aanwezig is of zelfs hulpverleners alarmeren die een AED gaan ophalen.

Reanimatie met een AED

Als een volwassen persoon plotseling in elkaar zakt en niet meer reageert op aanspreken en aanschudden, dan is de kans groot dat er sprake is van een hartstilstand. Een hartstilstand begint meestal met kamerfibrilleren, ook wel ventrikelfibrilleren genoemd.
De enige therapie voor het fibrillerende hart is defibrilleren (elektrische schok), waarbij tussentijdse reanimatie het hart en hersenen in een betere conditie houdt.

Hulpverleners die moeite hebben met beademen, kunnen beter alleen hartmassage toepassen dan helemaal niets doen.

In onderstaand voorbeeld beschrijven we het scenario waarbij je een slachtoffer aantreft met een hartstilstand.

Scenario: hartstilstand

1) Het eerste wat je als hulpverlener wilt weten is of het slachtoffer nog reageert of bewusteloos is. Het bewustzijn controleer je door het slachtoffer aan te spreken en voorzichtig aan zijn schouders te schudden.

2) Een slachtoffer met hartstilstand zal niet reageren op aanspreken/schudden. Je roept om assistentie en wil nu weten of het slachtoffer een normale ademhaling heeft. Hiervoor maak je eerst de ademweg vrij door het hoofd te kantelen en vervolgens controleer je de ademhaling.

3) Je kunt geen normale ademhaling waarnemen, alarmeert en start vervolgens de reanimatie. Deze bestaat uit 30 maal hartmassage en 2 maal beademen. Op het moment dat er een AED beschikbaar is, zet je de AED aan en volg je de gesproken instructies.

0
Voor je ons verlaat...
Vul uw e-mailadres in om u aan te melden voor onze nieuwsbrief.